Een geschiedenis

Op 4 oktober 1944 vindt in Steenwijk een razzia plaats met als doel jonge mannen op te pakken om die tewerk te stellen op het vliegveld bij het Drentse dorp Havelte. Om dat te omzeilen duiken Johannes de Vries en zijn aanstaande zwager Frits ten Berge onder bij de familie Bos aan de Wolterholten in Steenwijkerwold.

Een week later krijgt Pier Schipper, die in Steenwijk woont, ’s avonds bezoek van twee mannen. Ze doen zich voor als ‘ondergrondsen’ en komen vragen om voedsel bestemd voor onderduikers (Pier is slager van beroep). Daar ontmoeten ze ook Uilke de Jong, de zwager van Pier, die er ondergedoken was. Als ze horen dat Uilke geen persoonsbewijs of stamkaart heeft, haalt de een een blanco stamkaart tevoorschijn en vult die in op naam van Uilke; het persoonsbewijs krijgt hij zo snel mogelijk. Daarna vertrekken de twee, met brood, vlees en worst.

De volgende dag valt de Sicherheitsdienst binnen. Als Uilke zijn stamkaart laat zien, blijkt deze vals te zijn. Daarop doorzoeken de Duitsers het huis en worden Pier, zijn vrouw Dirkje en Uilke meegenomen naar de Johan van de Kornputkazerne.

Op diezelfde avond, 11 oktober, kloppen de Duitsers ook aan bij de familie Bos in Steenwijkerwold. Ze zijn op zoek naar de knecht van Bos, Jannes de Vries, die daar inwoont. Deze is op dat moment echter niet thuis. Scharführer Johannes Jürgensen gelast daarop een huiszoeking waarbij Johannes de Vries en Frits ten Berge worden gevonden en meegenomen worden naar de Johan van de Kornputkazerne.

Een dag later meldt Jannes de Vries, met alle risico’s voor hemzelf, zich bij de kazerne; hij wil niet dat Hendrik Bos slachtoffer wordt van de ontstane situatie. Maar deze wordt in de loop van de dag alsnog opgepakt. Jannes, die in de loop van de middag weer bij de boerderij van de familie Bos terugkomt, vertelt dat hij Hendrik in de kazerne nog had gezien.

In de kazerne zit ook Emanuel Verveer gevangen. Hij is technisch ingenieur, en werkte bij een Nederlands bedrijf dat werk deed voor de Wehrmacht. Bij zijn arrestatie in Zwartsluis, had hij geheime notities bij zich van de IJsselstelling. Maar ook al was hij niet meer dan een ondergedoken jood, dan was dat al aanleiding genoeg om hem vast te zetten.

Wat er verder gebeurd is, weten we alleen door de procesverslagen van na de oorlog. Op 13 oktober worden zes celnummers willekeurig gekozen en die zes mannen worden naar de schietbaan van Kallenkote overgebracht. Ze worden op een rij gezet en Hauptscharführer Fritz Habener, de leider van het executiepeloton, leest het Niedermachungsbefehl van Hans Albin Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer in Nederland |info|, voor. Als reden voor executie wordt ‘verboden wapenbezit’ genoemd. Een paar minuten later worden de mannen gefusilleerd.

Kort daarna krijgt Jan Hendrik van Dalen, een boer die op een naburig land aan het werk is, opdracht om de zes lichamen van de schietbaan te halen en naar de begraafplaats in Kallenkote te vervoeren.